Luister de podcast van dit interview ook op Spotify of lees de uitwerking in deze blog.
Studenten in het HBO en WO hebben steeds meer keuzevrijheid in hoe, wanneer, waar en wat zij leren. Zelf de regie nemen is daarbij essentieel. Hoe kunnen wij als docenten zelfregulerend leren integreren in ons onderwijs en studenten ondersteunen bij het ontwikkelen van deze vaardigheden?
In dit interview spreken we hierover met met Anique de Bruin, hoogleraar Zelfregulatie in het hoger onderwijs en vice-director School of Health Professions Education aan de Universiteit Maastricht en Peter Verkoeijen, Lector Brein en Leren aan Avans Hogeschool en bijzonder hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Erasmus Universiteit. Beiden zijn daarnaast als projectleiders verbonden aan het SELFLEX-consortium.
Zelfregulerende vaardigheden
In het onderzoek naar zelfregulerende vaardigheden wordt meestal gebruikt gemaakt van het model van Zimmerman (2002) en ook bij SELFLEX staat dit model centraal. In dit model worden 3 fases van zelfregulerend leren onderscheiden, te weten de voorbereidings-, uitvoerings- en reflectiefase.
In de voorbereidingsfase gaat het onder andere erom dat de student zich oriënteert op de taak, doelen stelt en een planning maakt. Daarna volgt de uitvoeringsfase waarin de student de eigen voortgang monitort en zonodig de aanpak bijstelt. In de reflectiefase gaat het uiteindelijk om het reflecteren op het resultaat, het evalueren van het proces en conclusies trekken over verder leren.
Daarnaast gaat het in alle fases ook om het zichzelf kunnen motiveren, gedachten en gedragingen kunnen sturen en emoties kunnen reguleren.
1. Persoonlijke ervaringen
Hoe heb jij het leren tijdens je studie zelf gereguleerd?
Hoe heb jij het leren tijdens je studie zelf gereguleerd?
Anique de Bruin: Tijdens mijn studie zat ik in een probleemgestuurd onderwijsomgeving, die een belangrijke rol speelde in mijn zelfregulatie. We hadden veel vrijheid en moesten veel zelfstudie doen. In onderwijsgroepen met medestudenten en onder begeleiding van een tutor formuleerden we leerdoelen. Ik ontwikkelde snel een ritme van zelfsturing, waarbij ik de leerdoelen serieus nam en actief literatuur zocht in de bibliotheek. Deadlines halen en bijdragen aan het groepsproces waren voor mij belangrijk. Echter, tijdens een half jaar in Spanje, waar ik alleen een tentamen aan het einde had, merkte ik dat ik niet gemotiveerd was. Dit benadrukt voor mij het belang van de leeromgeving bij zelfregulatie.
Peter Verkoeijen: Ik had een vergelijkbare ervaring als Anique, ook in de probleemgestuurde onderwijsomgeving van de Universiteit Maastricht. Ik bereidde me goed voor op de groepsbijeenkomsten door naar de bibliotheek te gaan en de stof door te nemen. Ik gebruikte effectieve leerstrategieën zoals retrieval practice, waarbij ik de stof aan mezelf uitlegde. Ik maakte echter nooit een planning op papier en onthield alles zonder aantekeningen te maken.
2. Betekenis van zelfgereguleerd leren en flexibel hoger onderwijs
Wat wordt precies bedoeld met flexibel hoger onderwijs?
Wat wordt precies bedoeld met flexibel hoger onderwijs?
Peter Verkoeijen: Flexibiliteit betekent dat studenten de vrijheid hebben om hun leerproces op een bepaalde manier zelf in te vullen. In het hoger onderwijs is flexibiliteit altijd al aanwezig geweest omdat studenten veel leren in hun eigen tijd, zonder directe begeleiding van docenten. Tijdens de zelfstudietijd hebben studenten veel vrijheid om te bepalen hoe, wanneer, met wie en waar ze leren (flexibiliteit in leerbenaderingen). Tegenwoordig neemt de flexibiliteit op de inhoudsdimensie vooral toe. Studenten hebben binnen opleidingen steeds meer flexibiliteit om hun eigen traject inhoudelijk vorm te geven. Dit noemen wij binnen SELFLEX flexibiliteit in leertrajecten. De uitdaging is om te begrijpen hoe studenten in zo’n omgeving hun eigen weg kunnen vinden en hoe dit leidt tot betekenisvol leren.
Wat is zelfgereguleerd leren?
Wat is zelfgereguleerd leren?
Anique de Bruin: Zelfgereguleerd leren (ZRL) kan op basis van de theorie van Zimmerman (2002) gedefinieerd worden als het proces waarbij lerenden controle nemen over de cognitieve, metacognitieve, motivationele en emotionele componenten van hun leren door middel van planning, monitoring en reflectie. Vaak wordt gedacht dat ZRL een soort instructie of methode is, maar het is een proces dat altijd plaatsvindt wanneer iemand leert. Een andere term die vaak wordt gebruikt is zelfsturing, of in het Engels self-directed learning. Deze term komt uit een andere theoretische hoek, meer vanuit het volwassenenonderwijs en probleemgestuurd onderwijs, en legt de nadruk op het keuzeproces. Zelfgereguleerd leren is iets anders dan zelfstandig leren. Zelfstandig leren betekent leren zonder supervisie of ondersteuning, terwijl ZRL juist sterke ondersteuning nodig heeft.
“Onderzoek dat laat zien dat betere zelfregulatie vaardigheden vaak tot blijere mensen leidt, tot meer tevredenheid leidt in het algemeen.”
3. De rol van de student
Wat laat een student zien die zichzelf reguleert in flexibele leerbenaderingen?
Wat laat een student zien die zichzelf reguleert in flexibele leerbenaderingen?
Nneka (student): Als eerstejaarsstudent vind ik het soms moeilijk om te beginnen met verslagen of projecten, omdat ik niet altijd weet waar ik moet beginnen. Tijdens het vak merk ik dat het makkelijker gaat zodra ik weet wat ik moet doen, en mijn motivatie komt dan ook terug. Aan het eind van het vak voel ik de druk om het af te maken, wat me helpt om goed mijn best te doen, hoewel het soms stressvol is. Ik probeer mezelf te motiveren door te zeggen dat ik dit graag wil en het vak wil halen. Ik maak een grove planning met aan welke vakken ik iets wil doen op een dag om rust in mijn hoofd te krijgen, maar ik moet ervoor zorgen dat ik me eraan houd. Ik beoordeel mezelf door te kijken of ik de stof echt begrijp en overhoor mezelf soms met kaartjes. Mijn docenten bieden effectief studeren aan, waar ik samen met anderen de stof kan herhalen.
Anique de Bruin: Nneka beschrijft duidelijke strategieën in de performance fase, zoals Zimmerman die beschrijft. Ze heeft metacognitieve kennis over wat werkt en wat niet werkt. In de planningsfase combineert ze haar kennis met ervaring en weet ze dat een specifieke planning voor haar niet werkt. Ze reflecteert op haar leerproces, maar kan nog dieper gaan in het evalueren van haar kennis. Veel studenten hebben moeite met of zien nog niet de noodzaak van het zoeken naar feedback om te controleren of ze de stof echt begrijpen.
Ik zou Nneka aanraden om oefentoetsen te maken en feedback te krijgen, zodat ze duidelijke informatie krijgt over de staat van haar kennis. Dit kan ook met een andere student door elkaar te overhoren. Het is belangrijk dat opleidingen oefentoetsen faciliteren, omdat ze een metacognitieve functie hebben en studenten feedback geven over hun kennisniveau.
Peter Verkoeijen: Wat mij opviel, is hoe Nneka zichzelf probeert te motiveren. Het halen van het tentamen is heel belangrijk voor haar (performance oriented), maar ze vindt de vakken ook interessant (intrinsieke waarde van de taak). Dit helpt haar om door te zetten, zelfs als het moeilijk is.
Ik denk dat het belangrijk is voor docenten om duidelijk te maken waarom een vak zinvol is voor studenten, niet alleen om een toets te halen, maar ook voor hun toekomstige beroep. Dit kan studenten helpen om gemotiveerd te blijven, zelfs als ze het vak minder interessant vinden. Het is ook goed om met studenten in gesprek te gaan over waarom iets belangrijk is en hen te vragen waarom zij denken dat het belangrijk is om te leren.
Anique de Bruin: Eén van de belangrijke dingen die we studenten kunnen meegeven is hoe om te gaan met fluctuaties in motivatie. Het is niet realistisch om te verwachten dat studenten altijd intrinsiek gemotiveerd zijn. Het is belangrijk om hen te leren hoe ze gemotiveerd kunnen blijven, zelfs als ze een vak minder interessant vinden. Dit is een proces tussen studenten en docenten, en tussen studenten onderling.
Wat is het belang van zelfgereguleerd kunnen leren?
Wat is het belang van zelfgereguleerd kunnen leren?
Anique de Bruin: Goed zelfgereguleerd leren heeft een direct effect op academische vaardigheden en resultaten. Het bereidt studenten beter voor op de werkomgeving en leidt tot beter welzijn.
Uit onderzoek weten we dat studenten die ZRL-vaardigheden over het algemeen niet makkelijk vinden. De vrijheid in het hoger onderwijs vraagt om meer inzicht in hoe deze ZRL-processen eruitzien en hoe we de kwaliteit van deze processen kunnen verbeteren. Vaak wordt aangenomen dat als we studenten blootstellen aan flexibiliteit, de vaardigheden vanzelf volgen, maar dat blijkt vaak niet het geval te zijn.
Wat laat een student zien die zichzelf reguleert in flexibele leertrajecten?
Wat laat een student zien die zichzelf reguleert in flexibele leertrajecten?
Peter Verkoeijen: Zelfgereguleerd leren speelt een belangrijke rol in flexibele leertrajecten, zowel in het keuzeproces als in de uitvoering. Zo kun je het keuzeproces bezien als een proces van zelfregulerend leren volgens het model van Zimmerman. In de forethought phase is het goed als studenten nadenken over hoe ze het keuzeproces gaan aanpakken en welke motivationele factoren (self-efficacy, waarden, interesses) voor hen een belangrijke rol spelen. In de uitvoeringsfase kunnen studenten kijken of ze ‘on track’ zijn. Maken studenten keuzes op basis van wat zij belangrijk vinden? Na afloop van het keuzeproces is het belangrijk dat studenten reflecteren op hun keuzes en het proces verbeteren waar nodig.
Daarnaast kan flexibiliteit in leertrajecten leiden tot autonome motivatie en betere prestaties. Vrijheid in keuze kan een positief effect hebben op motivatie en zelfregulering. Het is echter belangrijk om te onderzoeken hoe dit precies werkt in het hoger onderwijs en onder welke omstandigheden.
4. De rol van de docent
Wat kunnen we docenten en onderwijsexperts meegeven over werkende principes die goed of juist niet goed lijken te werken?
Wat kunnen we docenten en onderwijsexperts meegeven over werkende principes die goed of juist niet goed lijken te werken?
Anique de Bruin: Zelfregulerend leren ondersteunen is sterk contextafhankelijk. Het algemene model van Zimmerman kan goed worden toegepast, maar de invulling verschilt per context. Het is belangrijk dat docenten expliciet zijn in hun uitleg en begeleiding. Ze moeten niet alleen voordoen, maar ook benoemen en bespreken wat cruciaal is in het ZRL-proces. Veel explicieter dan je zou verwachten en het daarmee oefenen is essentieel.
Peter Verkoeijen: Het is belangrijk dat docenten kennis hebben over het concept en de misconcepties. Docenten moeten de principes uit de theorie aanpassen aan hun eigen context. Ze moeten zelf nadenken over hoe ze zelfregulerend leren in hun praktijk kunnen ondersteunen. Dit vraagt om handelingskennis en wetenschappelijke kennis. Docenten en onderzoekers zijn hierbij ‘equal partners’. Evidence-informed werken is een combinatie van verschillende kennisbronnen.
Hebben jullie nog tips of adviezen voor het formuleren van leerdoelen of toetsing in het bijzonder?
Hebben jullie nog tips of adviezen voor het formuleren van leerdoelen of toetsing in het bijzonder?
Anique de Bruin: Bij het formuleren van leerdoelen en toetsing is het belangrijk om zelfregulerend leren over de tijd te ontwikkelen. Portfolio-onderwijs, zoals reflectieportfolio’s, biedt een goede mogelijkheid om te kijken in hoeverre studenten reflectievaardigheden ontwikkelen. Toetsing moet niet alleen op het inhoudsniveau plaatsvinden, maar ook op het ZRL- of meta-niveau. Het is belangrijk dat studenten niet alleen weten wat ze moeten leren, maar ook hoe ze moeten leren.
Peter Verkoeijen: Reflectie is een belangrijk onderdeel van toetsing, vooral in het HBO. Studenten vinden reflectie nuttig, maar zijn soms kritisch over de vormgeving en toetsing ervan in het curriculum. Het is belangrijk om na te denken over hoe reflectie zinvol kan worden gemaakt.
Anique de Bruin: Autonomie speelt hierbij een rol; als studenten autonomie krijgen in het stellen van leerdoelen, zijn ze meer bereid om te reflecteren op hun voortgang en ontwikkeling.
Wat voor activiteiten kunnen we docenten adviseren om studenten te stimuleren te ontwikkelen in die zelfgereguleerde vaardigheden?
Wat voor activiteiten kunnen we docenten adviseren om studenten te stimuleren te ontwikkelen in die zelfgereguleerde vaardigheden?
Peter Verkoeijen: Ik denk dat het belangrijk is om studenten iets te leren over wat leren eigenlijk inhoudt, wat diepgaand leren is en hoe zelfregulerend leren werkt. Dit kan door middel van cursussen of vakken over effectief leren maar het expliciteren van deze vaardigheden en het integreren ervan in inhoudelijke vakken en practica is cruciaal. Studenten moeten zien hoe ze deze vaardigheden kunnen toepassen bij het uitvoeren van opdrachten. Dit vereist goede samenwerking tussen docenten en een gezamenlijke focus op zelfregulerend leren. Sommige docenten denken dat studenten in het hoger onderwijs zelf wel weten hoe ze moeten leren, maar het is belangrijk om hen hierbij te ondersteunen.
5. Tools die ZRL kunnen ondersteunen
Wat is de tool Study Smart en hoe draagt deze bij aan het zelfgereguleerd leren de studenten?
Wat is de tool Study Smart en hoe draagt deze bij aan het zelfgereguleerd leren de studenten?
Anique de Bruin: Study Smart is ontwikkeld vanuit een zelfregulatieperspectief, met de focus op cognitieve leerstrategieën. Binnen de Universiteit Maastricht wilden we studenten concrete handvatten geven tijdens de zelfstudiefase. Study Smart is een leerstrategietraining die in groepsverband wordt aangeboden, waarbij een docent het proces begeleidt. Studenten leren over effectieve leerstrategieën, oefenen met effectieve leerstrategieën en reflecteren op hun eigen strategieën. Uit onderzoek blijkt dat Study Smart werkt; de kennis en het gebruik van studenten van effectieve leerstrategieën neemt toe en laag presterende studenten verbeteren hun prestaties. We proberen studenten te laten zien dat het werkt door hen kleine stappen te laten nemen, zoals een half uur per week herhalen en oefentoetsen maken. Het implementeren van nieuwe strategieën blijft namelijk moeilijk voor studenten. Study Smart richt zich op alle elementen van de zelfregulatiecyclus, inclusief planning, het stellen van leerdoelen en reflectie, maar de nadruk ligt op cognitieve leerstrategieën.
“We proberen ook studenten te gebruiken om andere studenten te laten zien dat het wel echt werkt.”
Wat is de module Breineducatie en hoe draagt het bij aan het zelfgereguleerd leren van studenten?
Wat is de module Breineducatie en hoe draagt het bij aan het zelfgereguleerd leren van studenten?
Peter Verkoeijen: Breineducatie is een online module die in eerste instantie bedoeld is om studenten in het HBO te helpen bij hun zelfstudie. Het is echter redelijk om aan te nemen dat de module ook geschikt is voor studenten in het WO. De module is ontwikkeld in een samenwerking tussen docenten, onderwijskundig adviseurs en studenten van (vooral) Avans Hogeschool. In de module gaan we in op metacognitieve kennis over hoe leren werkt en effectieve cognitieve leerstrategieën. Er zitten ook oefeningen in om met deze strategieën aan de slag te gaan. Daarnaast behandelen we self-efficacy, hoe je denkt over je eigen competentie, en hoe je omgaat met uitstelgedrag. Hoewel we er nog geen onderzoek naar doen, zijn de gebruikers evaluaties – zowel de docenten als de studenten – positief.
6. Ondersteuning van docenten
Hoe kunnen we eigenlijk docenten ondersteunen om al deze adviezen een goed plekje te kunnen geven?
Hoe kunnen we eigenlijk docenten ondersteunen om al deze adviezen een goed plekje te kunnen geven?
Anique de Bruin: Het is belangrijk om een gedeelde kennisbasis binnen de organisatie te hebben en duidelijkheid te scheppen in de wirwar van termen en concepten. We moeten met elkaar praten over wat we gezamenlijk willen bereiken.
Peter Verkoeijen: Bij Avans Hogeschool hebben we ervaring met kennisoverdracht, maar het is ook belangrijk om dit in de praktijk toe te passen. Een duurzame samenwerking met een groep docenten helpt hierbij. We moeten beredeneerd dingen doen in de praktijk en evalueren wat er gebeurt. Dit vraagt om een onderzoekscyclus waarin we nadenken over de uitdagingen, de benodigde kennis, de praktische uitvoering en de evaluatie.
7. De toekomst van zelfregulatie in het onderwijs
Wat gaat het onderzoeksconsortium SELFLEX onderzoeken?
Wat gaat het onderzoeksconsortium SELFLEX onderzoeken?
Anique de Bruin: Samen met Peter en Esther van der Stappen hebben we de thema’s flexibiliteit, technologie, motivatie en autonomie geïdentificeerd als belangrijk. We richten ons daarbij op vijf werkpakketten:
- Het beter begrijpen van hoe zelfregulatie in flexibele leerbenaderingen plaatsvindt, met focus op co-regulatie d.w.z. hoe studenten elkaar en docenten hierbij kunnen ondersteunen.
- Het beter begrijpen van hoe zelfregulatie in flexibele leertrajecten plaatsvindt, met focus op het kiezen van vakken en het samenstellen van curricula.
- Welke rol speelt technologie bij de ondersteuning van zelfregulatie binnen flexibele leerbenaderingen en leertrajecten?
- Welke rol speelt autonomie en motivatie bij flexibele leerbenaderingen en flexibele leertrajecten?
- Hoe relevant is ons werk voor anderen en hoe kunnen we dat delen (doorwerking)?
Peter Verkoeijen: Het feit dat we als consortium bestaan, heeft al veel impact. Docenten hebben vragen over zelfregulerend leren en wij kunnen antwoorden geven vanuit de literatuur. We hebben een website waar docenten informatie kunnen vinden. We hopen over een paar jaar evidence-informed te kunnen zeggen hoe je studenten kunt ondersteunen bij zelfregulerend leren.
Welke verandering zou je willen zien in het onderwijs?
Welke verandering zou je willen zien in het onderwijs?
Anique de Bruin: Ik zou kiezen voor het stimuleren en integreren van meer zelftoetsen in het curriculum. Dit is een relatief kleine aanpassing, maar er is veel bewijs dat het effectief is. Door herhaaldelijk zelftoetsen te maken, kunnen studenten hun kennis over bepaalde concepten op meerdere momenten meten. Dit helpt niet alleen hun kennis te vergroten, maar ook hun besef van kennis. Zelftoetsen moeten onderdeel uitmaken van de summatieve toetsing om ervoor te zorgen dat studenten ze daadwerkelijk gebruiken.
Peter Verkoeijen: Voor flexibele leertrajecten zou ik aandacht besteden aan de begeleiding van studenten bij het maken van keuzes. Veel studenten hebben behoefte aan goede informatie en begeleiding bij het keuzeproces, maar niet aan een overload aan keuzes. Dit omvat het uitleggen van waarom ze bepaalde keuzes maken, hoe deze passen bij hun doelen en welke bronnen ze gebruiken. Het is ook belangrijk om te onderzoeken of het bieden van keuzevrijheid daadwerkelijk leidt tot betere leerresultaten.
Belangrijkste inzichten
- Analyseer de specifieke leeromgeving en behoeften van studenten en pas de zelfregulatie-ondersteuning hierop aan
- Bied een leeromgeving (bijv. een probleemgestuurde onderwijsomgeving) aan die autonomie en eigen verantwoordelijkheid stimuleren zoals het formuleren van eigen leerdoelen, zelfstandig literatuur zoeken en (groeps)projecten
- Leg duidelijk uit wat zelfregulerend leren inhoudt, demonstreer de stappen en strategieën zoals het stellen van doelen, het maken van planningen en zelfreflectie en laat studenten oefenen met deze vaardigheden binnen de reguliere vakken. Besteed hierbij expliciet aandacht aan cognitieve, metacognitieve, motivationele en emotionele componenten van het leren.
- Leer studenten hoe ze effectief kunnen plannen, monitoren en reflecteren met behulp van (digitale) tools (bijv. Breineducatie, Study Smart, oefentoetsen en reflectieportfolios)
- Bied regelmatig oefentoetsen aan zodat studenten hun kennis kunnen testen en feedback krijgen, wat helpt bij de metacognitieve evaluatie van hun leerproces
- Implementeer oefentoetsen als onderdeel van de summatieve toetsing om ervoor te zorgen dat studenten deze daadwerkelijk gebruiken om hun kennis te meten en te verbeteren.
- Integreer reflectieportfolios in het curriculum om de ontwikkeling van zelfregulerende vaardigheden te evalueren en te bevorderen.
- Geef studenten gericht feedback op hun zelfregulerende vaardigheden
- Toets niet alleen op inhoud maar ook op ZRL- of meta-niveau. Het is belangrijk dat studenten niet alleen weten wat ze moeten leren, maar ook hoe ze moeten leren.
- Benadruk de intrinsieke waarde van vakken en de relevantie voor toekomstige beroepen om studenten gemotiveerd te houden, ook als ze het vak minder interessant vinden.
- Help studenten ontdekken wat hen motiveert door regelmatig gesprekken te voeren over hun persoonlijke waarden, interesses en doelen en betrek deze in de leeractiviteiten
- Bied begeleiding bij het maken van keuzes
- Zorg met collega’s voor een gedeeld begrip van ZRL en een gezamenlijke focus op ZRL, werk samen en deel kennis met elkaar
Show notes
- Zimmerman, B. J. (2002). Becoming a Self-Regulated Learner: An Overview. Theory Into Practice, 41(2), 64–70. https://doi.org/10.1207/s15430421tip4102_2
- Study Smart PBL – Maastricht University; EdLab: https://www.studysmartpbl.com/
- Breineducatie – Avans Hogeschool: https://rise.articulate.com/share/4_FGHLz4e61vcUhy44LZOJPPC1nlfLiS#/


