Bij SELFLEX is het bouwen van een brug tussen onderzoek en onderwijspraktijk een van onze prioriteiten. Met dit doel voor ogen heeft Sina Gottschlich, SELFLEX lid en promovendus Zelfregulerend leren in flexibel hoger onderwijs op de Universiteit Maastricht, een belangrijk thema onderzocht in het kader van haar BKO-opleiding: Welke informatie en strategieën kunnen we docenten bieden om de ontwikkeling van de zelfgereguleerde leervaardigheden van hun studenten beter te ondersteunen?
In samenwerking met Judith Sieben, SELFLEX lid en UHD op de Universiteit Maastricht en daarnaast Comenius Senior Fellow, ontwikkelde Sina een handboekhoofdstuk voor de docenten van de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Universiteit Maastricht, waarin praktische tips en concrete voorbeelden voor het dagelijks onderwijs werden verzameld. In deze blog delen we een samenvatting van enkele van deze inzichten met jullie:
6 praktische strategieen om ZRL zichtbaar en toepasbaar te maken
1. Maak jezelf vertrouwd met het concept van ZRL: Alleen wanneer je begrijpt wat ZRL precies inhoudt, kan je het herkennen bij jezelf en je studenten, en identificeren waar mogelijk nog extra ondersteuning nodig is.
Eerste stap: Over zelfgereguleerd leren is al veel literatuur beschikbaar. Als je niet goed weet waar je moet beginnen, raden we de onderstaande whitepaper aan. Deze biedt een goed overzicht van het concept van ZRL en gaat bovendien direct in op hoe je dit kunt ondersteunen bij je studenten.
2. Maak ZRL-strategieën expliciet met de WWW&H-regel: Leg uit wat de strategie is, waarom deze belangrijk is, wanneer studenten de strategie kunnen gebruiken en hoe ze deze kunnen toepassen.
Voorbeeld: Als je studenten het voordeel van herhalen en ophalen wilt uitleggen, kun je het werken met flashcards toelichten. Je kunt daarbij juist benadrukken dat deze strategie niet alleen helpt bij het opnemen van nieuwe informatie, maar vooral bij het actief ophalen ervan (retrieval practice). Daarnaast kun je uitleggen wanneer en hoe het goed is om met flashcards te leren, bijvoorbeeld niet alleen vlak voor het tentamen en herhaaldelijk over verspreide tijdsperiodes (spaced repetition).
3. Ondersteun het maken van een planning door doelen en strategieën concreet te maken: Moedig je studenten aan om methodes zoals de SMART-structuur te gebruiken (dit is het Specifiek, Meetbaar, Acceptabel (haalbaar), Relevant en Tijdsgebonden maken van hun (leer-)doelen en bijbehorende strategieën).
Voorbeeld: Ondersteunende vragen aan je studenten per onderdeel (een leerstrategie gekoppeld aan leerdoel) kunnen zijn: S: Wat wil je precies bereiken, en waarom? M: Welke resultaten streef je na, en wanneer? A: Wat heb je nodig om dit daadwerkelijk te realiseren? R: Is jouw leerdoel realistisch en betekenisvol? T: Wat zou een startdatum en deadline voor jouw doel kunnen zijn?
4. Help je studenten hun voortgang te monitoren en evalueren: Bijvoorbeeld door periodiek vragen te stellen (prompting) die hen helpen bijhouden wat ze doen. En door ze te vragen om de huidige stand van zaken te laten zien (globaal overzicht). Of door te vragen om te reflecteren op acties tot nu toe (dieper graven), en de volgende stappen te ontwikkelen.
Voorbeeld: Na een college of werkgroep reserveer je de laatste 5 min. om de student te laten reflecteren op het leerdoel van de les, bijvoorbeeld met de vraag ‘Wat denk jij dat je begrepen hebt van het leerdoel?’. Combineer dit met de WWW&H-regel (tip 2) om uit te leggen waarom monitoring van belang is.
5. Besteed aandacht aan emoties als onderdeel van het leerproces: Emoties kleuren de leerervaring van studenten. Door studenten te helpen om (1) emoties te herkennen, (2) emoties te erkennen (en begrijpen) en (3) emoties te verkennen (en reguleren), kun je hen tools bieden die hun leren en welzijn direct kunnen ondersteunen.
Voorbeeld: Een gestructureerde aanpak zou kunnen zijn om studenten eerst te vragen hun persoonlijke beleving van het probleem te benoemen of herkennen (bijvoorbeeld frustratie omdat een groepsgenoot niet aanwezig is bij werkgroepen), het gezamenlijk te erkennen (bijvoorbeeld door te benoemen dat je in jouw werk ook frustratie kan ervaren door anderen en dat dit ook in het werkveld zal blijven voorkomen) en vervolgens mogelijke strategieën te laten verkennen (denk bijvoorbeeld aan het uitgebreidere keuzekruispunt, of toegankelijke opties zoals de groepsgenoot direct aanspreken of contact opnemen met de cursuscoördinator). Om vervolgens af te sluiten met het afwegen van de voor- en nadelen van deze opties om bewust een passende reactie te kiezen.
6. Benut de sociale leercontext actief: ZRL wordt niet alleen individueel ontwikkeld, maar ook sterk beïnvloed door de sociale context. Je kunt hier gebruik van maken door de interactie tussen studenten te stimuleren, bijvoorbeeld via samenwerkend leren, het delen van leerstrategieën, of het bespreken van aanpakken en keuzes.
Voorbeeld: Aan het begin van het bespreken van een moeilijke opdracht kun je een paar minuten gebruiken om studenten hun strategieën te laten delen over hoe zij de opdracht hebben aangepakt, en ideeën hierover met elkaar uit te wisselen.





